Overleg stage

Hoofdstuk 8 - Financieel jaarverslag

Hoofdstuk 8

Financieel jaarverslag

“Ik vraag zelf ook regelmatig terugkoppeling aan mijn studenten. Ben ik op de goede weg met jullie? Dit is wat ik in deze les wilde bereiken. Is dat overgekomen? Zo houd je jezelf ook scherp en ga je met de studenten één en dezelfde richting op.

Claire Ohlenschlager, doceert aan de Lerarenopleiding Engels

 

Het financiële resultaat voor 2015 is 12,9 miljoen euro negatief. Dit resultaat ligt 3,4 miljoen euro onder het begrote resultaat 2015 van 9,5 miljoen negatief. Dit is met name het gevolg van enerzijds niet begrote lasten voor fiscale risico’s, een additionele uitbetaling van onregelmatigheidstoeslag van 0,2 miljoen euro, niet begrote reserveringen in het kader van duurzame inzetbaarheid, wachtgelden, WAO-eigenrisicodragerschap en de voorziening asbest (in totaal 3,0 miljoen euro) en de uitgaven voor afvloeiingsregelingen van 0,3 miljoen euro. Tevens is er sprake van een hogere inzet voor PNIL dan begroot.  Anderzijds zijn er niet begrote baten voor de loonruimte en hogere opbrengsten werk voor derden (1,9 miljoen euro) en lagere personele lasten. De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ten opzichte van het voorgaande jaar ongewijzigd.

De instroom is met 9.543 studenten nagenoeg gelijk gebleven aan 2014 (9.545 studenten). Het aantal afstudeerders is gestegen van 4.416 in 2014 naar 4.808 in 2015. Het totaal aantal ingeschreven studenten (35.447) is ten opzichte van 2014 met ruim 1.000 studenten gestegen. In 2015 waren 25.413 studenten bekostigd. De studentaantallen van 2015 zijn opgenomen conform het assurancerapport van de accountant over de stand van 1 oktober 2015.

Het vermogen van de hogeschool is als gevolg van het negatieve resultaat afgenomen. Dit is beleid van de hogeschool geweest. Door de invoering van het leenstelsel verwacht de hogeschool vanaf 2018 een substantieel hogere rijksbijdrage van het ministerie van OCW. Vooruitlopend op deze extra middelen heeft de hogeschool ervoor gekozen om 16,5 miljoen euro van het vermogen en het resultaat van 2014 in te zetten voor het onderwijs. Het werkelijke resultaat is iets lager dan begroot, echter het grootste deel van de daling van de liquiditeit kan worden verklaard door deze beleidskeuze. De solvabiliteit (op basis van eigen vermogen inclusief voorzieningen gedeeld door balanstotaal) is gedaald, maar blijft met 45% ruim boven de door het ministerie van OCW vastgestelde grenswaarde van 30%. De solvabiliteit (gemeten als eigen vermogen gedeeld door totaal vermogen) daalt naar 38%. Deze ligt hiermee onder het landelijk gemiddelde van het hbo (46,3% in 2014).

De current ratio, een belangrijke graadmeter voor de liquiditeit, is ten opzichte van 2014 gedaald naar 0,6, maar blijft echter tussen de grenswaarden van het ministerie, te weten 0,5 en 1,5. De daling van de ratio is onder andere te verklaren door de toename van de kortlopende schulden als gevolg van eerder bovengenoemde additionele reserveringen.

HOME