Coachingsgesprek

Hoofdstuk 1 - Focusbeleid
1 Focusbeleid

Hoofdstuk 1

Focusbeleid

“Het is geen ramp als je het de eerste keer niet haalt. Ik vraag mijn studenten: “Wat heb je nodig om verder te gaan?” Ik ga uit van ‘beter weten is anders handelen.’ Samen komen we er wel uit.”

Yvonne Dievendaal, doceert bij het Instituut voor Sociale Opleidingen

 

Op 10 januari 2013 presenteerde de voorzitter van het College van Bestuur, Ron Bormans, de Focusagenda van Hogeschool Rotterdam. ‘Focus’ staat voor het beleid waarin de kwaliteit van het voltijds bacheloronderwijs centraal staat. Dit beleid is uitgewerkt in tien punten. Hieronder staat per punt beschreven welk resultaat tot nu toe behaald is en waar in dit jaarverslag 2015 de betreffende informatie gevonden kan worden:

  1. ‘De tien opleidingen die in de Keuzegids hbo het slechtst presteren, ondergaan met spoed een verbetertraject. Deze opleidingen noemen we ‘focusopleidingen’.’
    De meeste opleidingen die in het studiejaar 2014-2015 focusopleiding waren zijn in de laatste Keuzegids HBO in waardering gestegen. Meer informatie staat in paragraaf 2.2 Keuzegids en Focusopleidingen.
  2. Studenttevredenheid, zoals gemeten in de Nationale Studentenenquête (NSE), moet stijgen tot boven de 3,7 (bij een landelijk gemiddelde van 3,7).
    In 2015 is de tevredenheid over de studie verder gestegen naar 3,76. Meer informatie staat in paragraaf 2.1 Ankerpunten.
  3. ‘Het private aanbod wordt afgebouwd, het deeltijdonderwijs gestructureerd en de Rotterdam Academy uitgebreid.’
    Er is kritisch gekeken naar het assortiment. Vitale opleidingen zijn versterkt, niet vitale opleidingen zijn afgebouwd. Het totale aanbod aan deeltijdopleidingen is in 2015 kleiner geworden. 
    Het assortiment van de Rotterdam Academy werd verrijkt met twee nieuwe Associate degree-opleidingen. Meer informatie is te vinden in hoofdstuk 5, Assortiment opleidingen.
  4. ‘Onderzoek en beroepspraktijk worden sterker verankerd in alle curricula.’
    In de afgelopen jaren is het onderzoek bij de hogeschool dienstbaarder geworden aan het onderwijs. In 2015 heeft de VKO de kwaliteit van het onderzoek positief beoordeeld. Meer informatie staat in paragraaf 4.1 Kwaliteit van Onderzoek.
  5. ‘De gemaakte prestatieafspraken over studiesucces en excellentie worden gerealiseerd.’
    In 2015 is gewerkt aan de verbetering en de verdere uitbouw van het honoursonderwijs. Ruim 7% van de studenten nam in het studiejaar 2014-2015 deel aan het excellentietraject. Het aantal studenten dat binnen vijf jaar afstudeert aan onze hogeschool daalde en laat een zorgelijk beeld zien. Meer informatie staat in paragraaf 2.1 Ankerpunten.
  6. ‘Uiterlijk per september 2014 wordt de instroom beperkt bij een aantal grote opleidingen met een laag studiesucces en een lage studenttevredenheidsscore.’ Studiekiezers die zich na 1 mei 2014 hadden aangemeld voor één van de 21 selectieve opleidingen konden op basis van het resultaat van de studiekeuzecheck een bindend negatief studiekeuzeadvies krijgen. De studiekiezer mocht dan niet starten met de opleiding.
  7. ‘In 2016 heeft minimaal 70% van de docenten met een aanstelling van meer dan 0,3 fte een master. In 2020 geldt dit voor elke docent met een vaste aanstelling.’
    In de periode 2012-2015 is het percentage docenten met opleidingsniveau master (en hoger) gestegen naar iets meer dan 70%. Meer informatie staat in paragraaf 3.5.
  8. ‘Overhead daalt van 27% in 2012 naar 22% in 2016. De directe onderwijs- en onderzoeksondersteuning blijft 15%.’
    De overhead is afgelopen jaren volgens afspraak fors teruggebracht. Meer informatie staat in paragraaf 3.7. 
  9. ‘Verantwoordelijkheden worden, waar mogelijk, neergelegd bij docententeams. De instituten worden geleid door eenhoofdige directies.’
    Steeds meer zijn verantwoordelijkheden neergelegd bij docententeams. Met uitzondering van de Rotterdam Business School (RBS) die twee directieleden had, hadden alle instituten in 2015 een eenhoofdige directie. 
  10. ‘Afspraken worden nageleefd.’
    Afspraken binnen Hogeschool Rotterdam worden steeds beter nageleefd. Daaraan wordt bijgedragen vanuit twee functies die per 1 januari 2015  in het leven zijn geroepen: de risk manager en de compliance officer.  In 2015 rapporteerden zij over o.a. de onafhankelijkheid van examencommissies, uitkomsten van beroepsprocedures bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs, toepassing van de Wet Normering Topinkomens en van de Wet Bescherming Persoonsgegevens. 

 

 

HOME